Spaans · naamwoord

la fruta

het fruit

met lidwoordnaamwoorden · set 6

Voorbeeldzinnen

La fruta está madura.
Het fruit is rijp.
Comimos fruta del huerto.
We aten fruit uit de moestuin.
Llevaré fruta para el camino.
Ik neem fruit mee voor onderweg.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la fruta. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la fruta voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la fruta in ripiti