Spaans · naamwoord

la galleta

het koekje

met lidwoordnaamwoorden · set 69

Voorbeeldzinnen

Los niños comen galletas con leche.
De kinderen eten koekjes met melk.
¿Quién se ha comido la última galleta?
Wie heeft het laatste koekje opgegeten?
Mi abuela horneó galletas de chocolate.
Mijn oma bakte chocoladekoekjes.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la galleta. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la galleta voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la galleta in ripiti