Spaans · naamwoord

la mermelada

de jam

met lidwoordnaamwoorden · set 66

Voorbeeldzinnen

Me encanta la mermelada de fresa.
Ik ben dol op aardbeienjam.
¿Queda mermelada para el desayuno?
Is er nog jam voor het ontbijt?
Mi abuela hacía mermelada casera.
Mijn oma maakte zelfgemaakte jam.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la mermelada. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la mermelada voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la mermelada in ripiti