Spaans · naamwoord

la Navidad

de kerst, het kerstfeest

met lidwoordnaamwoorden · set 51

Voorbeeldzinnen

Pasamos la Navidad en casa de mis abuelos.
We vierden kerst bij mijn grootouders thuis.
En Navidad las calles brillan con luces.
Met kerst schitteren de straten met lichtjes.
¿Qué quieres para Navidad este año?
Wat wil je dit jaar voor kerst?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la Navidad. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la Navidad voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la Navidad in ripiti