Spaans · naamwoord

la novia

de vriendin (relatie), de bruid

met lidwoordnaamwoorden · set 59

Voorbeeldzinnen

Carlos presentó a su novia a sus padres.
Carlos stelde zijn vriendin aan zijn ouders voor.
Su novia trabajaba en un hospital.
Zijn vriendin werkte in een ziekenhuis.
Mi novia y yo viajaremos a Italia.
Mijn vriendin en ik gaan naar Italië reizen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la novia. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la novia voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la novia in ripiti