Spaans · naamwoord

la pelota

de bal (sport)

met lidwoordnaamwoorden · set 99

Voorbeeldzinnen

Los niños juegan con la pelota.
De kinderen spelen met de bal.
La pelota cayó en el jardín del vecino.
De bal viel in de tuin van de buurman.
¿Me tiras la pelota, por favor?
Gooi je de bal even naar mij?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la pelota. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la pelota voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la pelota in ripiti