Spaans · naamwoord

la semana

de week

met lidwoordnaamwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

La semana pasó volando.
De week vloog voorbij.
La semana pasada llovió.
Vorige week regende het.
Nos vemos la semana que viene.
We zien elkaar volgende week.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la semana. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Uitdrukkingen met la semana

Onthoud la semana voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la semana in ripiti