Spaans · werkwoord

asistir a

bijwonen

met vast voorzetselwerkwoorden · set 45

Voorbeeldzinnen

Asiste a clase todos los días.
Hij woont elke dag de les bij.
Asistimos a la ceremonia.
We woonden de ceremonie bij.
Asistiré a la reunión por video.
Ik woon de vergadering via video bij.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: asistir a, niet asistir.

Onthoud asistir a voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen asistir a in ripiti