Spaans · werkwoord

fijar

vastzetten, vaststellen

werkwoorden · set 48

Voorbeeldzinnen

Fija el estante a la pared.
Zet het schap vast aan de muur.
Fijaron el espejo con dos tornillos.
Ze zetten de spiegel met twee schroeven vast.
Fijaremos los postes con cemento.
We zetten de palen vast met cement.

Ook goed

sujetarvasthoudenestablecervaststellen

Op de kaart “vastzetten” keurt ripiti ook sujetar goed. Andersom niet: bij sujetar is fijar geen goed antwoord.

Onthoud fijar voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen fijar in ripiti