Spaans · werkwoord

influir en

invloed hebben op, beïnvloeden

met vast voorzetselwerkwoorden · set 44

Voorbeeldzinnen

El clima influye en el ánimo.
Het weer heeft invloed op het humeur.
Su maestro influyó en su carrera.
Zijn leraar had invloed op zijn loopbaan.
La lluvia influirá en el resultado.
De regen zal invloed hebben op het resultaat.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: influir en, niet influir.

Onthoud influir en voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen influir en in ripiti