Spaans · werkwoord

jugar

spelen

werkwoorden · set 10

Voorbeeldzinnen

Los niños juegan en el patio.
De kinderen spelen op de speelplaats.
Jugamos a las cartas anoche.
We speelden gisteravond kaart.
Jugaremos al tenis el sábado.
We spelen zaterdag tennis.

Onthoud jugar voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen jugar in ripiti