Spaans · werkwoord
llamar
roepen, bellen, noemen
werkwoorden · set 3
Voorbeeldzinnen
Llamo a los niños para cenar.
Ik roep de kinderen voor het avondeten.
La profesora llamó a Juan a la pizarra.
De lerares riep Juan naar het bord.
Te llamaré cuando sea tu turno.
Ik roep je wanneer je aan de beurt bent.
Onthoud llamar voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen llamar in ripiti