Spaans · werkwoord

marcharse

weggaan, vertrekken

wederkerendwerkwoorden · set 62

Voorbeeldzinnen

Se marcha a final de mes.
Hij vertrekt eind deze maand.
Se marcharon sin pagar.
Ze gingen weg zonder te betalen.
Nos marcharemos al amanecer.
We vertrekken bij zonsopgang.

Let op

De wederkerende vorm hoort erbij: marcharse.

Ook goed

irseweggaanpartirvertrekken

Op de kaart “weggaan” keurt ripiti ook irse goed.

Onthoud marcharse voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen marcharse in ripiti