Spaans · werkwoord

repartir

verdelen, uitdelen

werkwoorden · set 43

Voorbeeldzinnen

Reparte cartas los martes.
Hij deelt op dinsdag de kaarten.
Repartimos la pizza entre cuatro.
We verdeelden de pizza over vier.
Repartiremos los gastos.
We verdelen de kosten.

Ook goed

partirvertrekkendistribuirverdelen

Op de kaart “verdelen” keurt ripiti ook partir goed. Op de kaart “verdelen” keurt ripiti ook distribuir goed. Andersom niet: bij partir is repartir geen goed antwoord.

Onthoud repartir voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen repartir in ripiti