Spaans · werkwoord

saber a

smaken naar

met vast voorzetselwerkwoorden · set 64

Voorbeeldzinnen

Esta sopa sabe a pescado.
Deze soep smaakt naar vis.
El helado sabía a fresa.
Het ijs smaakte naar aardbei.
El pastel sabrá a naranja.
De taart zal naar sinaasappel smaken.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: saber a, niet saber.

Onthoud saber a voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen saber a in ripiti