Spaans · werkwoord

servir

dienen, bedienen

werkwoorden · set 6

Voorbeeldzinnen

¿Para qué sirve esto?
Waar dient dit voor?
El sofá sirvió de cama para los invitados.
De bank diende als bed voor de gasten.
Esto no servirá de nada.
Dit zal nergens toe dienen.

Ook goed

atenderbedienen

Onthoud servir voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen servir in ripiti