Spaans · werkwoord

soñar con

dromen van

met vast voorzetselwerkwoorden · set 16

Voorbeeldzinnen

Sueño con el mar.
Ik droom van de zee.
Anoche soñé con mi abuela.
Vannacht droomde ik van mijn oma.
Soñará con ese viaje mucho tiempo.
Hij zal nog lang van die reis dromen.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: soñar con, niet soñar.

Onthoud soñar con voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen soñar con in ripiti