Dutch · adjective or adverb

eerlijk

honest

adjectives & adverbs · set 11

Example sentences

Mijn broer is altijd heel eerlijk.
My brother is always very honest.
Hij is nooit helemaal eerlijk geweest.
He has never been completely honest.
Je moet gewoon eerlijk tegen haar zijn.
You just have to be honest with her.

Remember eerlijk for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise eerlijk in ripiti