Dutch · verb

blijven

to stay, to remain

● irregularverbs · set 3

Example sentences

Hij blijft altijd rustig tijdens een storm.
He always stays calm during a storm.
Wij zijn gisteren de hele dag thuis gebleven.
Yesterday we stayed home all day.
Morgen zullen jullie zeker langer blijven.
Tomorrow you will definitely stay longer.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikblijfbleefben gebleven
jijblijftbleefbent gebleven
hij / zijblijftbleefis gebleven
wijblijvenblevenzijn gebleven
jullieblijvenblevenzijn gebleven
zijblijvenblevenzijn gebleven
past participle gebleven
imperative blijf

Remember blijven for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise blijven in ripiti