Dutch · verb

eten

to eat

● irregularverbs · set 4

Example sentences

Wij eten vanavond met het hele gezin.
We are eating with the whole family tonight.
Gisteren hebben we heerlijke pasta gegeten.
Yesterday we ate delicious pasta.
Morgen zullen we buiten de deur eten.
Tomorrow we will eat out.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikeetatheb gegeten
jijeetathebt gegeten
hij / zijeetatheeft gegeten
wijetenatenhebben gegeten
jullieetenatenhebben gegeten
zijetenatenhebben gegeten
past participle gegeten
imperative eet

Remember eten for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise eten in ripiti