Dutch · verb

helpen

to help

● irregularverbs · set 5

Example sentences

Zij helpt haar broertje altijd met huiswerk.
She always helps her little brother with homework.
Gisteren heeft hij zijn moeder in de tuin geholpen.
Yesterday he helped his mother in the garden.
Morgen zal ik je graag helpen verhuizen.
Tomorrow I will gladly help you move.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikhelphielpheb geholpen
jijhelpthielphebt geholpen
hij / zijhelpthielpheeft geholpen
wijhelpenhielpenhebben geholpen
julliehelpenhielpenhebben geholpen
zijhelpenhielpenhebben geholpen
past participle geholpen
imperative help

Expressions with helpen

Remember helpen for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise helpen in ripiti