Dutch · verb

komen

to come

● irregularverbs · set 1

Example sentences

Hij komt elke dag om acht uur binnen.
He comes in at eight o'clock every day.
Vorige week is mijn zus op bezoek gekomen.
Last week my sister came to visit.
Morgen zullen jullie toch ook naar het feest komen.
Tomorrow you will still come to the party too, right?

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikkomkwamben gekomen
jijkomtkwambent gekomen
hij / zijkomtkwamis gekomen
wijkomenkwamenzijn gekomen
julliekomenkwamenzijn gekomen
zijkomenkwamenzijn gekomen
past participle gekomen
imperative kom

Remember komen for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise komen in ripiti