Dutch · verb

schrijven

to write

● irregularverbs · set 4

Example sentences

Hij schrijft elke week een brief aan zijn opa.
He writes a letter to his grandfather every week.
Ze heeft gisteren een lang verhaal geschreven.
Yesterday she wrote a long story.
Morgen zal ik de uitnodigingen schrijven.
Tomorrow I will write the invitations.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikschrijfschreefheb geschreven
jijschrijftschreefhebt geschreven
hij / zijschrijftschreefheeft geschreven
wijschrijvenschrevenhebben geschreven
jullieschrijvenschrevenhebben geschreven
zijschrijvenschrevenhebben geschreven
past participle geschreven
imperative schrijf

Remember schrijven for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise schrijven in ripiti