Dutch · verb

vinden

to find

● irregularverbs · set 2

Example sentences

Ik vind mijn telefoon nooit snel terug.
I never find my phone quickly.
Gisteren heeft hij zijn portemonnee eindelijk gevonden.
Yesterday he finally found his wallet.
Morgen zullen we de oplossing vast vinden.
Tomorrow we will surely find the solution.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikvindvondheb gevonden
jijvindtvondhebt gevonden
hij / zijvindtvondheeft gevonden
wijvindenvondenhebben gevonden
jullievindenvondenhebben gevonden
zijvindenvondenhebben gevonden
past participle gevonden
imperative vind

Remember vinden for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise vinden in ripiti