Neerlandés · verbo

spelen

jugar

regularverbos · serie 5

Frases de ejemplo

De kinderen spelen elke middag buiten in de tuin.
Los niños juegan fuera en el jardín cada tarde.
Gisteren hebben we een potje voetbal gespeeld.
Ayer jugamos un partido de fútbol.
Morgen zullen we een nieuw bordspel spelen.
Mañana jugaremos a un juego de mesa nuevo.

Conjugación 5 tiempos · en dorado lo irregular

presente (o.t.t.)pretérito simple (o.v.t.)pretérito perfecto (v.t.t.)
ikspeelspeeldeheb gespeeld
jijspeeltspeeldehebt gespeeld
hij / zijspeeltspeeldeheeft gespeeld
wijspelenspeeldenhebben gespeeld
julliespelenspeeldenhebben gespeeld
zijspelenspeeldenhebben gespeeld
participio pasado gespeeld
imperativo speel

Recuerda spelen para siempre. ripiti hace que la palabra vuelva justo antes de que la olvides, con estas frases. Gratis, sin cuenta, funciona sin conexión.

practica spelen en ripiti