Néerlandais · verbe

doen

faire

● irrégulierverbes · série 1

Phrases d’exemple

Wat doe jij vanavond na het eten?
Qu'est-ce que tu fais ce soir après le repas ?
Gisteren heeft hij zijn huiswerk niet gedaan.
Hier, il n'a pas fait ses devoirs.
Morgen moeten we boodschappen doen voor het weekend.
Demain, nous devons faire les courses pour le week-end.

Conjugaison 5 temps · l’irrégulier en or

présentprétéritpassé composé
ikdoedeedheb gedaan
jijdoetdeedhebt gedaan
hij / zijdoetdeedheeft gedaan
wijdoendedenhebben gedaan
julliedoendedenhebben gedaan
zijdoendedenhebben gedaan
participe passé gedaan
impératif doe

Expressions avec doen

Retiens doen pour de bon. ripiti fait revenir le mot juste avant que tu ne l’oublies, avec ces phrases. Gratuit, sans compte, fonctionne hors ligne.

travailler doen dans ripiti