Néerlandais · verbe

horen

entendre

régulierverbes · série 4

Phrases d’exemple

Ik hoor 's nachts vaak de wind waaien.
J'entends souvent le vent souffler la nuit.
Gisteren heeft ze het slechte nieuws gehoord.
Hier, elle a entendu la mauvaise nouvelle.
Morgen zullen we de uitslag eindelijk horen.
Demain, nous entendrons enfin le résultat.

Conjugaison 5 temps · l’irrégulier en or

présentprétéritpassé composé
ikhoorhoordeheb gehoord
jijhoorthoordehebt gehoord
hij / zijhoorthoordeheeft gehoord
wijhorenhoordenhebben gehoord
julliehorenhoordenhebben gehoord
zijhorenhoordenhebben gehoord
participe passé gehoord
impératif hoor

Retiens horen pour de bon. ripiti fait revenir le mot juste avant que tu ne l’oublies, avec ces phrases. Gratuit, sans compte, fonctionne hors ligne.

travailler horen dans ripiti