Néerlandais · verbe

praten

parler (bavarder)

régulierverbes · série 5

Phrases d’exemple

Wij praten elke dag even over school.
Nous parlons un peu de l'école chaque jour.
Gisteren hebben we lang over de toekomst gepraat.
Hier, nous avons longuement parlé de l'avenir.
Morgen zal ik met de buren praten.
Demain, je parlerai avec les voisins.

Conjugaison 5 temps · l’irrégulier en or

présentprétéritpassé composé
ikpraatpraatteheb gepraat
jijpraatpraattehebt gepraat
hij / zijpraatpraatteheeft gepraat
wijpratenpraattenhebben gepraat
julliepratenpraattenhebben gepraat
zijpratenpraattenhebben gepraat
participe passé gepraat
impératif praat

Retiens praten pour de bon. ripiti fait revenir le mot juste avant que tu ne l’oublies, avec ces phrases. Gratuit, sans compte, fonctionne hors ligne.

travailler praten dans ripiti