Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

davor

daarvoor (eerder), ervoor (tijd)

bijvoeglijk & bijwoorden · set 20

Voorbeeldzinnen

Ich esse um sieben und trinke davor nichts.
Ik eet om zeven uur en drink daarvoor niets.
Das Konzert war toll, davor haben wir gegessen.
Het concert was geweldig, daarvoor hebben we gegeten.
Ich möchte davor noch kurz duschen.
Ik wil daarvoor nog even douchen.

Onthoud davor voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen davor in ripiti