Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

vorher

van tevoren, vooraf

bijvoeglijk & bijwoorden · set 20

Voorbeeldzinnen

Bitte ruf mich vorher an.
Bel me alsjeblieft van tevoren.
Ich habe es vorher nicht gewusst.
Ik heb het van tevoren niet geweten.
Wir müssen vorher noch einkaufen.
We moeten van tevoren nog boodschappen doen.

Onthoud vorher voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen vorher in ripiti