Duits · naamwoord

das Brot

het brood

met lidwoordnaamwoorden · set 10

Voorbeeldzinnen

Ich habe heute das Brot beim Bäcker gekauft.
Ik heb vandaag het brood bij de bakker gekocht.
Das Brot ist noch warm.
Het brood is nog warm.
Möchtest du ein Brot mit Käse?
Wil je een boterham met kaas?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Brot. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Brot voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Brot in ripiti