Duits · naamwoord

das Essen

het eten

met lidwoordnaamwoorden · set 10

Voorbeeldzinnen

Das Essen ist gleich fertig.
Het eten is zo klaar.
Wir haben gestern das Essen selbst gekocht.
We hebben gisteren het eten zelf gekookt.
Nach dem Essen möchte ich spazieren gehen.
Na het eten wil ik gaan wandelen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Essen. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Essen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Essen in ripiti