Duits · naamwoord

das Dach

het dak

met lidwoordnaamwoorden · set 45

Voorbeeldzinnen

Das Dach von unserem Haus ist rot.
Het dak van ons huis is rood.
Bei dem Sturm hat das Dach gelitten.
Bij de storm heeft het dak schade opgelopen.
Nächste Woche werden sie das Dach reparieren.
Volgende week gaan ze het dak repareren.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Dach. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Dach voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Dach in ripiti