Duits · naamwoord

die Wand

de muur (binnenmuur/wand)

met lidwoordnaamwoorden · set 46

Voorbeeldzinnen

An der Wand hängt ein großes Bild.
Aan de muur hangt een grote foto.
Wir haben gestern die Wand gestrichen.
We hebben gisteren de muur geverfd.
Die Wand muss noch einmal getrocknet werden.
De muur moet nog een keer drogen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Wand. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Wand voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Wand in ripiti