Duits · naamwoord

der Boden

de vloer

met lidwoordnaamwoorden · set 46

Voorbeeldzinnen

Das Kind sitzt auf dem Boden und spielt.
Het kind zit op de vloer te spelen.
Der Boden in der Küche ist sehr kalt.
De vloer in de keuken is erg koud.
Ich habe etwas auf den Boden fallen lassen.
Ik heb iets op de grond laten vallen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Boden. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Boden voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Boden in ripiti