Duits · naamwoord

das Getränk

het drankje, de drank

met lidwoordnaamwoorden · set 98

Voorbeeldzinnen

Was möchten Sie als Getränk zum Essen haben?
Wat wilt u als drankje bij het eten hebben?
Bei der Feier gab es viele kalte Getränke.
Op het feest waren er veel koude dranken.
Ich bringe morgen ein Getränk für dich mit.
Ik neem morgen een drankje voor je mee.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Getränk. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Getränk voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Getränk in ripiti