Duits · naamwoord

das Eis

het ijs

met lidwoordnaamwoorden · set 98

Voorbeeldzinnen

Im Sommer essen wir fast jeden Tag ein Eis.
In de zomer eten we bijna elke dag een ijsje.
Gestern haben wir am See ein Eis gekauft.
Gisteren hebben we aan het meer een ijsje gekocht.
Möchtest du morgen mit mir ein Eis essen?
Wil je morgen met mij een ijsje eten?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Eis. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Eis voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Eis in ripiti