Duits · naamwoord

das Handgelenk

de pols (gewricht)

met lidwoordnaamwoorden · set 85

Voorbeeldzinnen

Mein Handgelenk tut seit gestern sehr weh.
Mijn pols doet sinds gisteren veel pijn.
Er hat sich beim Sturz das Handgelenk gebrochen.
Hij heeft bij de val zijn pols gebroken.
Der Arzt wird morgen das Handgelenk röntgen.
De arts zal morgen een röntgenfoto van de pols maken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Handgelenk. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Handgelenk voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Handgelenk in ripiti