Duits · naamwoord

der Ellbogen

de elleboog

met lidwoordnaamwoorden · set 84

Voorbeeldzinnen

Ich habe mir gestern den Ellbogen gestoßen.
Ik heb gisteren mijn elleboog gestoten.
Sein Ellbogen tut nach dem Sturz weh.
Zijn elleboog doet na de val pijn.
Er stützt den Ellbogen auf den Tisch.
Hij steunt zijn elleboog op de tafel.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Ellbogen. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Ellbogen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Ellbogen in ripiti