Duits · naamwoord

das Haus

het huis

met lidwoordnaamwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

Unser Haus steht direkt am Fluss.
Ons huis staat vlak aan de rivier.
Sie haben letztes Jahr ein altes Haus gekauft.
Ze hebben vorig jaar een oud huis gekocht.
Wir wollen bald ein größeres Haus finden.
We willen binnenkort een groter huis vinden.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Haus. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Haus voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Haus in ripiti