Duits · naamwoord

das Schiff

het schip

met lidwoordnaamwoorden · set 24

Voorbeeldzinnen

Das Schiff ist gestern im Hafen angekommen.
Het schip is gisteren in de haven aangekomen.
Wir wollen mit dem Schiff nach Norwegen fahren.
We willen met het schip naar Noorwegen reizen.
Das Schiff hat einen großen Motor.
Het schip heeft een grote motor.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Schiff. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Schiff voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Schiff in ripiti