Duits · naamwoord

das Wasserglas

het waterglas, het glas water

met lidwoordnaamwoorden · set 33

Voorbeeldzinnen

Sie stellt das Wasserglas auf den Tisch.
Ze zet het waterglas op tafel.
Mir ist gestern ein Wasserglas heruntergefallen.
Gisteren is er een waterglas bij mij gevallen.
Ich hole dir gleich ein Wasserglas.
Ik haal zo meteen een waterglas voor je.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Wasserglas. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Wasserglas voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Wasserglas in ripiti