Duits · naamwoord
die Lust
de zin (lust), de zin (zin hebben in)
met lidwoordnaamwoorden · set 33
Voorbeeldzinnen
Ich habe heute keine Lust zu kochen.
Ik heb vandaag geen zin om te koken.
Nach dem Streit hat er die Lust am Spiel verloren.
Na de ruzie verloor hij de lust in het spel.
Hast du morgen Lust auf einen Spaziergang?
Heb je morgen zin in een wandeling?
Let op
Het lidwoord hoort erbij: die Lust. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud die Lust voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen die Lust in ripiti