Duits · naamwoord

das Zimmer

de kamer

met lidwoordnaamwoorden · set 6

Voorbeeldzinnen

Mein Zimmer ist ziemlich klein, aber gemütlich.
Mijn kamer is vrij klein, maar gezellig.
Wir haben gestern ein Zimmer im Hotel gebucht.
We hebben gisteren een kamer in het hotel geboekt.
Ich werde das Zimmer morgen aufräumen.
Ik ga de kamer morgen opruimen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Zimmer. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Zimmer voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Zimmer in ripiti