Duits · naamwoord

der Betrag

het bedrag

met lidwoordnaamwoorden · set 35

Voorbeeldzinnen

Der Betrag steht unten auf der Rechnung.
Het bedrag staat onderaan op de rekening.
Ich habe den Betrag gestern überwiesen.
Ik heb het bedrag gisteren overgemaakt.
Sie wird den Betrag nächste Woche bezahlen.
Ze zal het bedrag volgende week betalen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Betrag. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Betrag voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Betrag in ripiti