Duits · naamwoord

das Verhältnis

de verhouding (onderlinge verhouding)

met lidwoordnaamwoorden · set 35

Voorbeeldzinnen

Mein Verhältnis zu meinem Bruder ist sehr gut.
Mijn verhouding met mijn broer is heel goed.
Unser Verhältnis zu den Nachbarn war früher schwierig.
Onze verhouding met de buren was vroeger moeilijk.
Wir werden das Verhältnis zu ihr verbessern.
We zullen de verhouding met haar verbeteren.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Verhältnis. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Verhältnis voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Verhältnis in ripiti