Duits · naamwoord

der Zusammenhang

het verband (samenhang)

met lidwoordnaamwoorden · set 35

Voorbeeldzinnen

Ich sehe keinen Zusammenhang zwischen den beiden Fällen.
Ik zie geen verband tussen de twee zaken.
Der Arzt hat den Zusammenhang sofort erkannt.
De arts heeft het verband meteen herkend.
Der Lehrer wird den Zusammenhang noch einmal erklären.
De leraar zal het verband nog eens uitleggen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Zusammenhang. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Zusammenhang voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Zusammenhang in ripiti