Duits · naamwoord

der Chef

de chef, de baas

met lidwoordnaamwoorden · set 8

Voorbeeldzinnen

Mein Chef ist heute nicht im Büro.
Mijn baas is vandaag niet op kantoor.
Ich habe gestern mit dem Chef gesprochen.
Ik heb gisteren met de baas gesproken.
Der Chef wird morgen die Mitarbeiter treffen.
De baas zal morgen de medewerkers ontmoeten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Chef. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Chef voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Chef in ripiti