Duits · naamwoord

der Arzt

de arts

met lidwoordnaamwoorden · set 8

Voorbeeldzinnen

Ich muss morgen einen Arzt anrufen.
Ik moet morgen een arts bellen.
Der Arzt hat mir gestern Tabletten gegeben.
De arts heeft me gisteren tabletten gegeven.
Sie fragte den Arzt nach dem Ergebnis.
Ze vroeg de arts naar de uitslag.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Arzt. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Arzt voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Arzt in ripiti