Duits · naamwoord

der Fisch

de vis

met lidwoordnaamwoorden · set 44

Voorbeeldzinnen

Am Freitag essen wir oft Fisch.
Op vrijdag eten we vaak vis.
Der Fisch war frisch und sehr lecker.
De vis was vers en heel lekker.
Möchtest du heute Abend Fisch machen?
Wil je vanavond vis maken?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Fisch. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Fisch voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Fisch in ripiti